COLUMN 61 - HIGH CROSSES, ROUND TOWERS, KERAMIEK EN EEN SPROOKJE.

column 251

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

column 252

Dublin - Christ Church Cathedral
keramische tegelvloer

 

 

 

 

 

 

column 253

Dublin - Glasnevin Cemetery
High Cross & Round Tower

 

 

 

 

 

 

column 254Kilcooley Abbey

 

 

 

 

 

column 255Muckross Abbey - sprookje

En nu zijn we er dan toch geweest, Ierland. Het stond op ons beider lijstje, maar het kwam er nog niet van. Toch wel ver, twee overtochten per boot, links rijden … dat soort dingen weerhield ons tot nu toe.
Maar ik had wel zoiets van “nu durf ik het nog, dat links rijden, maar wie weet, met het klimmen der jaren komt er misschien een moment dat ik denk ‘de groeten’ ”. Daarom werd het nu Ierland.
Iedereen weet dat we altijd onze eigen reizen èn heel veel funeraire reizen zelf hebben samengesteld, geregeld, gepland, gereserveerd en uitgevoerd. Rindert is heel goed in het researchen.
Vorig jaar was het Italië met een busreisorganisatie, omdat wij het ook wel eens makkelijk wilden hebben. Rindert wilde wel eens niks uitzoeken en ik wilde wel eens niks rijden. Het viel ons tegen, het was teveel naar buiten kijken vanachter een rijdend raampje.
Dit jaar hebben we het anders geprobeerd. Ons reisplan neergelegd bij een reisbureau met de afspraak dat zij alles zouden boeken. Deze column is te kort om uit te leggen waarom we dit ook nooit meer doen. Maar er klopte heel erg weinig van alle reserveringen, er was overal wel iets dat niet klopte. Het ergste was de boot van Engeland naar Ierland, die op een verkeerde dag was geboekt, zodat we te horen kregen dat we de dag ervóór hadden moeten vertrekken. We hadden de boot gemist, zogezegd.
Maar verder was het wel goed daar. Op een halve dag na was het goed weer. Het eten was lekker. In de pubs kun je heerlijk èn betaalbaar èn zelfs zonder zout eten. Aangename bijkomstigheid is dat ze er lekkere Guinness schenken uit de tap. Niks tekort gekomen dus.

Er zijn in Ierland prachtige ruïnes met dito begraafplaatsjes, mooie kerken en kathedralen met veel grafmonumenten en epitafen, mooie natuur aan de westkust en er zijn potteries en musea en winkels met keramiek. Helemaal goed dus.
Overigens heb ik geen keramiek gekocht. Ofwel ik kan zelf maken wat ik zag ofwel ik kan het niet maken, maar dan ook niet betalen. Er zit -terecht- een prijskaartje aan prachtig en uniek werk.
We waren bij een pottery waar een hele wand van de showroom gevuld was met allemaal precies dezelfde bekers. Alleen de voornaam op de beker verschilde, het ging oneindig van A tot Z. Onze namen waren er niet bij, gelukkig maar, want de bekers waren grof, dik, zwaar en lelijk blauw.
We waren bij een pottenbakster/keramiste die vrouwtjes- en mannetjesbustes maakt. Ze draait het borststuk en de kop en boetseert de haren en wat details. Dat draaien deed ze eerst niet maar nu wel om dat het dan sneller gaat. Er is vraag naar. Ze moet haar inkomen verwerven. Een winkel vol met vrouwtjes- en mannetjesbustes. De bustes zijn allemaal anders, maar ogen toch hetzelfde. Ik had geen neiging iets aan te schaffen.
We waren in the middle of nowhere bij een pottenbakker, die er in mijn ogen wel iets van bakte. Prachtige schalen en kommen in een ossenbloedrode kleur, die je alleen maar kunt verkrijgen als je tijdens het bakproces zuurstof onttrekt aan koperhoudend glazuur in de oven, het zogenaamde gereduceerd stoken. Ik hou niet eens van die rode kleur, maar zijn werk was wèl mooi. Het was nog subtiel verder verfraaid met luster, dat is het aanbrengen van een metalig laagje in een extra toegevoegde glazuurstook op 750graden. Het kost heel erg veel oefening en je bent vele pogingen en mislukkingen en jaren verder voordat je komt waar hij gekomen is. Petje af.
Interessant waren de grootschalige fabrieksmatige pottenbakkerijen die niettemin handwerk produceerden. Wat dacht je van een handdraaier, die 32 seconden doet over een beker en er bijna 1000 per dag kan draaien? Dan heb je handwerk en fabriekswerk in één. Je moet er maar zin in hebben. Deze pottenbakker doet het al 40 jaar.
Verrassend genoeg waren er kathedralen met vloeren van tegels van keramiek. Ik ben speciaal gaan vragen of ik me niet vergiste. Nee, het was echt keramiek. Kleine stukjes vloer met hele oude tegels, prachtig ingelegd, zorgvuldig bewaard in een hoekje van de kerk. De rest van de vloeren opnieuw gemaakt in de zestiger jaren. In de oude techniek uitgevoerd, 63 verschillende motieven ingelegde klei-in-klei in zoveel mogelijk de oude kleuren, 10cm x 10cm. Monnikenwerk. Maar nu dan voornamelijk door vrouwen gemaakt.
In het National Museum-Archeologie in Dublin lag een mozaïekvloer, ook van keramiek, 2cm x 2cm. Die werd op de 1e verdieping net gerestaureerd, we spraken daar de keramiste die de opdracht had gekregen om dit werk uit te voeren en zij legde ons het een en ander uit. Soms heb je van die onverwachte en verrassende gesprekken.

Maar genoeg nu over al die keramiek, tenslotte is dit een funeraire website/column. Bij al die keramiek in Ierland ben ik niet één urn tegen gekomen. Maar ja, als je van die mooie begraafplaatsjes hebt, dan heb je geen behoefte aan een urn. We zagen slechts één keramisch onderdeeltje op een grafmonument.
Rindert was deze vakantie speciaal op jacht naar High Crosses and Round Towers. En niet zo’n heel klein beetje. Waar we ook naar toe gingen, er was altijd wel een hoog kruis te zoeken ofte vinden of een ronde toren. Die staan bijna altijd op een begraafplaats(je), al dan niet bij ruïnes.
Op een gegeven moment hadden we het allebei wel gehad.

Een High Cross (een heel groot Keltisch kruis met overal Bijbelse afbeeldingen en symbolen) is nooit een grafmonument, maar staat meestal wel op een begraafplaats.
Een Round Tower is ook nooit een grafmonument en staat altijd op een begraafplaats. Die is bedoeld als bewaking van de begraafplaats en als vluchtplaats om je erin op te sluiten als de nood aan de man komt. De deur zit op 4 meter hoogte, ladder ertegen, erin klimmen, ladder ophijsen, deur dicht. Veilig.
Onze eerste kennismaking met Keltische kruisen was op de Glasnevin begraafplaats in Dublin. Het is zo’n grote begraafplaats en er staat zo’n woud van Keltische kruisen, dat het bijna saai en eentonig werd. We hadden niet eens de behoefte om de hele begraafplaats te bekijken tot in alle hoeken en gaten. Ongekend voor ons.
Op Glasnevin staat de allergrootste Round Tower en deze is wèl een grafmonument. Het is zelfs speciaal gebouwd als grafmonument, voor Daniel O’Connell, maar dat heeft hij zelf nooit geweten. Het is een enorme publiekstrekker en via de kassa mag je erin. Wij hebben bedankt, niet uit krenterigheid, maar vanwege de 198 treden om 55 meter hoog te komen. Je kunt dan neerzien op dat woud van Keltische kruisen. Wij kozen ervoor om er vanaf de grond maar tegen op te zien.
Net als indertijd bij onze Schotse reis, hebben we ook nu veel kloosterruïnes gezien. Eén van de allermooiste was in Kilcooley en we waren er alleen. We zouden nooit geweten hebben dat die ruïne er was als onze B&B-hospita ons er niet op gewezen had.
Eerst een kilometer of wat over smalle hobbelende weggetjes, parkeren bij een klein kerkje met een lief begraafplaatsje, stukje bos doorkruisen en aan de rand daarvan zagen we ‘m in de verte liggen: ergens midden in een weiland, met kniehoog gras en zachte grond. Er was een déja vu uit de kindertijd toen er zich nog vele van die ongerepte weitjes voor me uitstrekten. Laarsjes aan en bijtjes en vlindertjes uit de wuivende bloemen laten opwolken. Ons geploeter –nu zonder laarsjes- werd wel beloond. Wat een sfeertje, je zag de monniken er als het ware nog rondlopen. En niemand in de buurt om de sfeer te verstoren. Genieten was dat.
Maar de once-in-a-lifetime ervaring kregen we in de ruïne van de Muckross Abbey. Sereen. Alles daar was in feite sereen, ondanks het feit dat we niet alleen waren. Het was er niet druk, hier en daar zwierf een geïnteresseerd mens over de bijbehorende begraafplaats. Wat een feest dat er niet geruimd wordt, wat een feest dat er geen steriel onderhoud wordt gepleegd en wat een feest dat er ergens vandaan een ijl muziekje leek op te stijgen. Of was dat verbeelding omdat de sfeer iets hemels had?
Veel aparte ruimtes van de abdij waren nog intact hoewel allemaal zonder dak, je kon er lekker ronddwalen. In de kloosterhof stond een enorme boom met een stam die wel gevlochten leek. Zijn kroon reikte ver boven de ruïne uit en overhuifde de hof. Je kon er nog vierkant omheen lopen in de kloostergang. Je werd er vanzelf stil van. Was er echt dat ijle muziekje of was het alweer verbeelding? Het muziekje was er echt. Aan de grond genageld stonden we opeens te kijken naar een huwelijksceremonie in de ruïne-kapel zonder dak. Er was een bruidspaar en er was een priester. Bezijden zat een harpiste en speelde het ijle lied. En er was een fotograaf. Verder was er niemand in die ruimte en ook niemand betrad de kapel.
De paar mensen die er toevallig waren, zoals wij, bleven getroffen op afstand staan en vermeden het angstvallig om ook maar enig geluid te maken. We waren de schaarse getuigen van de huwelijksvoltrekking en –inzegening van twee mensen die ervoor gekozen hadden om geen getuigen bij hun huwelijk te hebben. Zij samen met de priester en geen anderen. Zoiets ontroerends hebben we nog nooit eerder gezien. En zullen we waarschijnlijk ook nooit meer meemaken. We zagen het ja-woord meer dan we het hoorden want de stemmen waren gedempt. We zagen de ringenwisseling. We hoorden weer de ijle harp die de hemel leek te verzoeken de zegen over dit bruidspaar te laten neerdalen.
Voordat het bruidspaar zich omdraaide zijn we weggegaan. Ze zullen geweten hebben dat ze er niet alleen waren, niet alleen kònden zijn, want de ruïne is vrij te bezoeken door iedereen. Ik heb het dan ook niet kunnen laten om een paar foto’s te maken. Gewoon om dit moment voor altijd bij ons te houden en opnieuw te kunnen oproepen wat daar gebeurde. Once-in-a-lifetime.
Later filosofeerden we erover waarom dit paar ervoor gekozen heeft om zo hun huwelijksbelofte af te leggen. Onmin in de familie die hun huwelijk had kunnen bederven? Was hun omgeving tegen hun huwelijk en omzeilden ze zo de tegenstand? Geen geld voor een feest? Hadden ze alleen elkaar nog en verder niemand meer? Zijn ze elkaar genoeg en hadden ze geen behoefte aan vele mensen om zich heen? Is hun liefde zo diep dat God als getuige met de priester als zijn vertegenwoordiger voldoende was?
We zullen het nooit weten, het is hun geheim. Dat wij hier getuige van mochten zijn is een wonder op zich. Op de juiste tijd op de juiste plaats, wie zal het treffen.
We hopen dat dit sprookje eindigt zoals sprookjes behoren te eindigen: “En zij leefden nog lang en gelukkig”.

 © 2018 Jeannette Goudsmit