COLUMN 59 - WAT NOU

 

column 244

 

 

 

 

 

column 245

 

 

 

  

  

column 246

 

 

 

 

 

column 247 

 

 

 

 

 

column 248

 

 

 

 

 

 

column 249

Marktwerking zou goed voor de mens zijn, meer concurrentie, dus lagere prijzen. Homo Economicus? Homo Lupus Pecunia? Oftewel geldwolf?
Keuze moeten we hebben als consument. Keuze, zoveel mogelijk keuzes. Tot we door de bomen het bos niet meer zien en we knettergek worden van alle keuzes die we moeten maken. Vaak elk jaar weer: de energieleverancier, de provider, de ziektekosten … het fenomeen ‘keuzestress’ is geboren.
Dus werd en wordt alles geëconomiseerd en moet ‘de markt’ vanzelf het werk doen. Op de markt is uw gulden een daalder waard. Maar dat zal de jeugd wel niks meer zeggen. Waarom zou dat ook, de bitcoin is veel meer waard. Geld, geld, geld, dat is het enige dat telt.
Geweldig toch, die marktwerking. De gezondheidszorg is naar de klote, het openbaar vervoer, de telecommunicatie, de energievoorziening, het omroepbestel, de huizenmarkt. De scholen klagen, de politie, de brandweer. Mensen met een beperking, de uitkeringsgerechtigden, de armen, de voedselbankers, die hoor je niet. Die hebben al geen stem meer.
Máár het gaat beter met de economie. Zeggen ze. Hebt u het ook al gemerkt? Vast wel. Maar wij niet. En velen met ons. Want wij behoren tot de groep die te pakken is en niet bij machte is er iets tegen te doen: de gepensioneerden. Zolang wij met pensioen zijn, is ons inkomen achteruit gegaan, elk jaar weer, steeds opnieuw, 13 jaar aan een stuk. Omdat het zogenaamd slecht gaat met de pensioenfondsen.

Maar ik dwaal af, terug naar de marktwerking. Die dringt door tot in de diepste vezels van het menselijk bestaan. Dus ook in de uitvaartwereld. Natuurlijk mag je je geld verdienen in de wereld van de dodenbezorging. Je kunt het tenslotte niet voor niks doen. Want waarvan zou je dan moeten leven en dat is toch wat je wilt: leven. En het liefst niet al te slecht.
Toch kan ik mij niet onttrekken aan het idee dat het ook in die wereld steeds meer lijkt te gaan om de vraag “hoe kan ik zoveel mogelijk verdienen aan de wisseling van het tijdelijke naar het eeuwige”.
Ooit was ik van plan om een column te wijden aan alle noviteiten op het gebied van herinneringsdingen en asbestemmingen (in sieraden, in een bloempot, in een stuk beton, in glas, in een schilderij, in een boom, etc. etc.), maar ik zie door de bomen het bos niet meer. Laat maar. Als je het mij vraagt zijn er toch maar weinig blijvertjes bij.

Voor de dodenbezorging is begraven, cremeren en ter beschikking stellen van de wetenschap niet meer genoeg. Resomeren, lyofilisatie (ofwel cryomeren), ecoleren komen erbij. Ik vind dat iedereen in de nabije toekomst verplicht moet kiezen wat hij/zij wil, want anders bezorg je je nageslacht ook wat dat betreft keuzestress. Extra. Bovenop alle andere keuzestress. En wat nou, als je verkeerd kiest? Je moet het meteen goed doen, want overdoen is er niet bij. Tenzij we een nieuwe markt aanboren: koeltorens om overledenen op te slaan totdat nabestaanden eindelijk hun goede keuze hebben kunnen maken.
Dit is een grapje, maar ik moet wel uitkijken, voordat je het weet ziet iemand brood in dit gat in de markt. Want gaten kunnen we niet hebben, zeker niet in de markt.

De uitvaart zelf is ook aan het uitbreiden. Koffie en cake is niet meer genoeg. Nou vind ik dat ook wel een beetje summier, vooral omdat beide regelmatig een ramp zijn, maar moet het dan maar meteen zo groots dat € 10.000,- zeker niet meer genoeg is? Wie wil je dan op kosten jagen? Je kinderen? Of ga je er eerst zelf voor sparen en laat je die nieuwe auto op je ouwe dag dan nog maar even zitten?
Dat sparen voor je uitvaart is trouwens ook nog een dingetje. Mijn ouders hebben bij mijn geboorte een uitvaartverzekering voor me afgesloten. Dat hoorde zo. Dat kostte vroeger maar een paar rotcenten, hoewel die toen ook veel waard waren, maar het betekent wel dat ik al 72 jaar betaal. En inmiddels zijn dat allang geen paar rotcenten meer. En wat krijg ik als ik dood ga voor de uitvaart? In natura de summierste dingen die zeker niet toereikend zijn en als ik het nu afkoop € 1100,-. Schande toch, na 72 jaar dokken. Wat nou, netjes voor je dood zorgen als je nog leeft. Het is maar goed dat mijn ouders dit niet hebben geweten met hun goeie gedrag.
Wij dachten erover om dat afkopen maar te gaan doen en het dan –met de rest van wat het gaat kosten- te storten op een speciale uitvaartspaarrekening bij de bank. En dan niet meer aankomen. Van de regering mag dat. Hoef je daar tenminste geen belasting over te betalen. Wouw.
Dus wij naar de bank. O ja, die regeling kennen ze. O nee, die leveren ze niet. Doet geen enkele bank. Waarom niet? Geen cent aan te verdienen. Zo simpel is dat. Wat nou, marktwerking? Homo Lupus Pecunia.
Dus reken er maar vast op: dat wordt bij onze uitvaart gewoon koffie met cake. En dan het liefst op een tijdstip dat het gratis is. Zijn die er nog, trouwens? Toen wij trouwden wel: op vrijdagmiddag half vijf, met een ambtenaar die het nog moest leren. Gaf wel een extra dimensie aan de zaak, want hier en daar wilde hij zich nog wel eens vergissen. Maar het huwelijk is geldig en daar ging het toch maar om.

De marktwerking zorgt ervoor dat je ook op zondag een crematie kunt houden, of ’s avonds. En het mag zelfs wel een halve dag duren. Wel betalen natuurlijk. Een Indische rijsttafel kan ook al. De hond mag mee. Er kan vuurwerk afgestoken worden. Niet tijdens de dienst in de aula veronderstel ik, want anders is er in één klap wel heel veel klandizie en dat krijg je niet zo gauw meer verwerkt.
Wil je champagne en kaviaar? Het kan. Tenslotte moet het leven worden gevierd. We proberen dat in het dagelijks leven al te doen, maar op een uitvaart zéker. Tenslotte is de dood maar eng en die moeten we toch een beetje op een afstand houden. Vandaar misschien ook dat vuurwerk. Om de boze geesten op een afstand te houden en niet op een idee te brengen.
Kijk, ik had daar nou toch een ander idee over. Als ik dood ben en jullie zijn gekomen om afscheid te nemen en je trotseert daarmee dan bewust en manmoedig die koffie met cake, dan mogen jullie allemaal grienen. En hard ook. Niks vieren, dat doe ik nu al volop en zoveel als kan. Grienen jullie en hard ook! Verdrietig zijn, nondeju, gewoon omdat ik er niet meer ben en jullie mij verschrikkelijk gaan missen. Janken. Huilen. Snotteren.

De dood hoort bij het leven en daar is niks aan te doen. Wat nou, die dood verbannen. In Nuenen moet een uitvaartcentrum het veld ruimen omdat ‘het dorp’ dit centrum niet in hun midden wil hebben. Not-in-my-backyard. Zoek maar een ander plekje.
Willen we daarom massaal in het bos gaan liggen, in de natuur? Weg van de begraafplaats. Om in de natuur een nieuwe begraafplaats te creëren? Sorry hoor, maar ook dit is een verdienmodel. Een nieuwe bron van geld proberen binnen te krijgen.
O ja, hoor ik daar dat er goede argumenten voor zijn? Welke dan?
Lekker in de natuur liggen? Er zijn een paar uitzonderingen, maar kijk eens naar de vele groene begraafplaatsen, hoe mooi die zijn: puur natuur. Het lichaam op een natuurlijke manier laten opnemen in de natuur? Wat dacht u dan wat er met een lichaam op een gewone begraafplaats gebeurt? Dat het daar op een niet-natuurlijke manier vergaat? Het gaat precies hetzelfde hoor en een gewone begraafplaats is tenminste zeker geen waterwingebied. Er voor eeuwig liggen? Kan op een gewone begraafplaats ook, als je maar betaalt. Dat moet je op natuurbegraafplaatsen ook, betalen. Voor bijvoorbeeld € 10.000,- lig je er voor eeuwig. En voor € 7000,- voor vijftig jaar. Exclusief begraafkosten. Huh? Vijftig jaar? En als die om zijn, graven ze je dan weer op? Als er dan nog iets van je over is. Dat is meestal niet hoor, na zo lange tijd.
Die € 3000,- zou ik maar uitsparen als ik u was. Op een gewone begraafplaats kost vijftig jaar liggen inclusief begraafkosten nog geen € 4000,-. En dan mag je er ook nog eens een monumentje ter herinnering opzetten. En kun je –als je wilt- nog eens terugkeren naar de plek des onheils.
Op een natuurbegraafplaats zie je door de bomen het graf niet meer. Natuurbegraafplaatsen worden ook nieuw aangelegd. Wat nou, natuur …. Soms als bos, soms als grasland.
Trouwens, op een gewone begraafplaats maakt men tegenwoordig ook wel een nieuw stukje klaar als ‘natuurbegraafplaats’. Om de (geld-)boot ofwel het marktaandeel niet te verliezen. Dus wat nou, natuurbegraafplaats?
Enne … op een gewone begraafplaats lig je ook voor eeuwig, hoor. U denkt toch niet dat ze u na 20, 30 of 40 jaar (of voor hoelang u ook betaald heeft) weer opgraven en dan buiten de poort kieperen? Nee hoor. Ofwel u gaat eventueel en zo nodig naar een verzamelgraf, maar meestal blijft u gewoon op dezelfde plek liggen, alleen een beetje dieper. Boven u of wat er dan nog eventueel van u over is, wordt opnieuw een graf uitgegeven.

Argumenten voor een natuurbegraafplaats? Een biokist? Een lijkwade in plaats van een kist? Een urn die vergaat omdat die biologisch afbreekbaar is? Geen vervuilende rouwauto’s? Een grafmonument dat duurzaam is? Of dat tot stof vergaat? Wilt u dit alles omdat u het verantwoord vindt? Dat kan. Dit alles kan gewoon ook op een gewone begraafplaats. Niemand die zegt dat dit niet mag. Argument vóór een begraafplaats: de mogelijkheid om nog eens een graf te bezoeken en het ook gemakkelijk te kunnen terugvinden. Tenslotte is dat een waardevol en zinvol ritueel: onze doden bezoeken.

Natuurbegraafplaatsen moeten recreatiegebied worden … wilt u dat?  Ergens in Nederland wil men op/met 5500 graven een recreatiegebied maken. Moet ik nog zien gebeuren. Geen uitvaartcentrum in de dorpskom willen, maar wel recreëren op de bosgraven? Van mij mag het, maar ik zie het u niet doen. De mensen die er wonen willen het ook niet, hoor, dit ter geruststelling misschien. Dus? Marktwerking? Keuzestress geven? Homo Pecunia Lupus?
5500 natuurgraven, of moet je zeggen, recreatiegraven? En dat terwijl het aantal crematies toeneemt? Of is het de bedoeling dat het tij gekeerd wordt? Dat zullen de crematoria niet zo leuk vinden. Krijgen we dat weer.

Doe maar gewoon en laat je niet gek maken. Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg. Dat scheelt een hoop in de keuzestress én in de pecunia.

 

© 2017 Jeannette Goudsmit