GAST AAN HET WOORD 39

EWARD TIMMERMAN : BEHOUD VAN ONS FUNERAIRE ERFGOED

39a gast

Eward Timmerman studeerde Bos en Natuurbeheer/ Beleid en Management/ Rurale Ontwikkeling aan de Wageningen Universiteit. Werkt als adviseur Natuur & Landschap bij Stichting Landschapsbeheer Gelderland, is eigenaar van Bureau Thanatos, is Coördinator bij Urnengedenkparken Nederland, en bestuurslid bij de Terebinth. Was in 2008 betrokken bij het landelijk opschalen van het project Groene Kerkterreinen bij Landschapsbeheer Nederland. Is onderdeel van de Werkgroep Het Rituele Landschap die in 2016 het Groot Gedenkboek publiceerde.

Zoals Socrates al zei: “De mate van welvaart van een land kan je meten op twee manieren. De ene manier is kijken hoe men in dat land omgaat met uitwerpselen. De andere manier is kijken hoe men in het land omgaat met de doden.”
Vaak krijg ik de vraag waarom ik me bezig houd met het thema ‘dood’. Meestal is mijn eerste reactie, heb je even? Maar als landschapsecoloog zijn dood en leven sterk met elkaar verbonden. Daarnaast heb ik altijd al een sterke interesse gehad in oude sacrale plekken in het landschap. Hoe gingen onze voorvaderen om met hun omgeving? Sporen van die mystieke tijd zijn nog steeds te vinden in het landschap. Op deze manier kunnen hunebedden, historische grafvelden, grafheuvels, oude kerkterreinen en historische begraafplaatsen belangrijke inzichten verschaffen over veranderingen in de Nederlandse (funeraire) cultuur. Het zijn dus vaak opvallende en/ of markante plekken in het landschap die bijdragen aan de identiteit van een gebied. Maar het zijn niet alleen de cultuurhistorische en landschappelijke waarden die deze plekken zo interessant maken. In een dichtbevolkt land als Nederland vervult ons funeraire erfgoed een belangrijke ecologische waarde. Dat kan tot uiting komen in de aanwezigheid van monumentale bomen, bijzondere flora zoals bepaalde stinsenplanten en bijzondere korstmossen, maar ook insecten, kleine zoogdieren en vogels. Vooral de terreinen in bebouwde gebieden zijn een toevluchtoord voor  veel planten en dieren. Ook de aanwezige gebouwen kunnen bijzondere soorten herbergen, zoals de ransuil en bijvoorbeeld vleermuizen die hier een veilig heenkomen vinden. Just de combinatie van cultuurhistorie, ecologie en architectuur spreekt mij erg aan.

Ondanks de vele initiatieven tot behoud van het Nederlandse funeraire erfgoed dreigt er verval of erger nog: terreinen worden geruimd om plaats te maken voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Vooral in de laatste decennia is veel funerair erfgoed geruimd of in onbruik geraakt. Dit benadrukt nog maar eens het belang van behoud van deze objecten. Verschillende partijen zetten zich op dit moment in voor de bescherming van het Nederlands funeraire erfgoed en de afgelopen jaren zijn er inspireerden projecten opgezet.
De vele lokale initiatieven laten zien dat restauratie met beperkte middelen kan. Het is relatief eenvoudig om vrijwilligers te mobiliseren voor het herstel en beheer van bijvoorbeeld grafheuvels, kerkhoven en begraafplaatsen. Hier moet echter wel een kanttekening bij geplaatst worden. Men moet weten wat men doet en kan doen. Laat specialistisch werk over aan specialisten. De praktijk laat nog regelmatig zien dat men met goede bedoelingen aan de slag gaat zonder rekening te houden met de aanwezige waarden van groen of grafmonumenten. Met alle gevolgen van dien. Gaat men aan de slag met deze terreinen dan geld de aloude stelregel ‘Bezint eer ge begint’!

Al geruime tijd zet ik me in voor het behoud van ons funeraire erfgoed waarbij de focus vooral ligt op het groen en vanuit mijn werk bij Stichting Landschapsbeheer Gelderland ook op het vrijwilligerswerk op deze terreinen. Hier liggen veel kansen voor het duurzaam instant houden van ons funeraire erfgoed. Vaak is het groenonderhoud en het verder versterken van de biodiversiteit een laagdrempelige manier om aan de slag te gaan met vrijwilligers. Vanuit daar kan, met de nodige inbreng van kennis, ook het grijs worden aangepakt. We zien eigenaren vaak worstelen met het beheer maar ook het bereiken van vrijwilligers. In veel gevallen zijn de financiële middelen beperkt maar mist er ook een duidelijke visie. Juist het gebrek aan visie kost geld. Belangrijke conclusie is dan ook dat men een duidelijke visie voor de terreinen moet ontwikkelen alvorens men aan de slag gaat met deze unieke terreinen. Welk scenario gaat men de komende jaren uitwerken? Hiervoor moeten een aantal belangrijke keuzes worden gemaakt zowel op het groene als het grijze vlak. De inzet van lokale kennis kan hierbij goed helpen. Door vanuit verschillende disciplines nog meer samen te werken en de kracht van vrijwilligerswerk op de juiste manier in te zetten is hier veel winst te behalen.
Zaak is nu om de versnipperde kennis en deskundigheid over herstel, beheer en instandhouding samen te voegen en te bundelen. Zo blijven ook volgende generaties genieten van deze unieke parels.
39b gast

39c gast


© 2018 Eward Timmerman